ECLI:NL:RBDHA:2023:3572
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verlenging indicatie hulp bij huishouden en toekenning dwangsom
Eiseres verzocht het college van burgemeester en wethouders van Gouda om verlenging van haar indicatie voor hulp bij het huishouden in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wmo 2015. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiseres stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag.
In een tussenuitspraak gaf de rechtbank het college de gelegenheid om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen door aanvullend medisch onderzoek te laten verrichten. Het college gaf een aanvullende motivering en vroeg een aanvullend medisch advies aan bij de GGD-arts, die het eerdere oordeel bevestigde dat er geen medische noodzaak was voor hulp bij het huishouden in de te beoordelen periode.
De rechtbank oordeelde dat het college met het aanvullend medisch advies het gebrek had hersteld en het besluit terecht was genomen. Wel stelde de rechtbank vast dat het college te laat had beslist op het bezwaar en vernietigde het besluit over de dwangsom. De rechtbank legde een dwangsom van €1.442,- op en veroordeelde het college tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten. De Staat werd mede veroordeeld tot een deel van de immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn door de rechterlijke fase.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot afwijzing van de indicatie wordt vernietigd, een dwangsom van €1.442,- wordt vastgesteld en het college en de Staat worden veroordeeld tot schadevergoeding.