ECLI:NL:RBDHA:2023:2338
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende onderzoek pleegrelatie en schending hoorplicht
Eiser, van Syrische nationaliteit en oom van de referent, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid. Verweerder wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat eiser onvoldoende had aangetoond dat er sprake was van een pleegouder-pleegkindrelatie en een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte geen nader onderzoek had aangeboden naar de identiteit van eiser en de pleegouder-pleegkindrelatie, terwijl eiser in bewijsnood verkeerde. Tevens was het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd omdat verweerder geen belangenafweging had gemaakt omtrent het beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Daarnaast was de hoorplicht geschonden doordat eiser niet was gehoord over de feitelijke vraag van de pleegouder-pleegkindrelatie.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.