ECLI:NL:RBDHA:2023:22332
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging voorlopig verblijf nareis en gezinslidmaatschap bevestigd
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun verzoeken om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor hun ouders en zussen in het kader van nareis en verblijf als familie- of gezinslid op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De staatssecretaris wees de aanvragen af omdat referent, op wiens verblijfsrecht de aanvragen zijn gebaseerd, als meerderjarig werd aangemerkt bij de beoordeling. Eisers betoogden dat referent ten onrechte als meerderjarig werd beschouwd, omdat hij bij zijn eerste asielaanvraag minderjarig was en pas bij de tweede asielaanvraag zijn homoseksualiteit als asielmotief aanvoerde.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht uitging van de datum van de tweede asielaanvraag als ingangsdatum van de verblijfsvergunning en daarmee van de meerderjarigheid van referent. De situatie van referent is niet vergelijkbaar met eerdere jurisprudentie waarin een eerdere ingangsdatum werd gehanteerd. Ook slaagt het beroep op de hoorplicht niet, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en er geen aanleiding was eisers te horen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit, waarbij eisers geen proceskostenvergoeding ontvangen.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun verzoeken om machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.