Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2023 in de zaken tussen
[eiseres] BV, gevestigd te [plaatsnaam] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Leidschendam- [plaatsnaam] , verweerder.
Procesverloop
1 januari 2020 (de waardepeildatum) voor het kalenderjaar 2021 vastgesteld op € 98.000. Met de beschikking zijn in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan eiseres opgelegde aanslag in de onroerende-zaakbelastingen (ozb) voor de woning voor het jaar 2021 en heeft verweerder een aanslag rioolheffing opgelegd voor [adres 2] te [plaatsnaam] (de aanslagen).
[naam 3] .
Overwegingen
23 oktober 2023 te weigeren, nu deze te laat en onbevoegd zijn ingediend. De rechtbank wijst dit verzoek af. Op grond van artikel 8:58, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen partijen tot tien dagen voor de zitting nadere stukken indienen. Dit betekent dat de laatste dag waarop nadere stukken tijdig kunnen worden ontvangen, de elfde dag voor de zitting is. Gelet hierop zijn de stukken tijdig zijn ingediend. De rechtbank volgt eiseres ook niet in haar stelling dat de stukken onbevoegd zouden zijn ingediend – wat daar verder ook van zij - nu verweerder ter zitting heeft verklaard dat de stukken zijn ingediend door een daartoe bevoegde heffingsambtenaar. De rechtbank heeft geen aanleiding om te twijfelen aan deze verklaring.
Hetgeen eiseres heeft aangevoerd, doet aan het hier boven gegeven oordeel niet af. Eiseres heeft de door haar bepleite waarde van € 75.000 niet onderbouwd. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt over de erfpachtcorrectie. Er wordt bij de waardebepaling van een overdrachtsfictie en van een verkrijgingsfictie uitgegaan. De verkrijgingsfictie veronderstelt een vrije opleverbaarheid van de onroerende zaak. Met omstandigheden die daarop inbreuk plegen, zoals het bewoond, verhuurd of verpacht zijn van de onroerende zaak, wordt geen rekening gehouden. De ficties moeten bewerkstelligen dat de te hanteren waarde in sterke mate wordt geobjectiveerd. [2] De WOZ-waarde is daarom de waarde van het object op de peildatum in volle eigendom. De rechtbank stelt op grond hiervan voorop dat bij de waardering van woningen, voor WOZ-doeleinden geen rekening hoeft te worden gehouden met de op de onroerende zaken rustende zakelijke rechten, zoals een erfpachtrecht. Dit betekent dus, gelet op artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ, in dit geval dat de waarde van de woning van eiseres moet worden vastgesteld alsof het ligt op “eigen” grond en niet op erfpachtgrond.
SGR 23/7369 ongegrond te worden verklaard.
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.674;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365 aan eiseres te vergoeden.
mr. D.M. Drok, leden, in aanwezigheid van mr. J. van Kempen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2023.