ECLI:NL:RBDHA:2023:21100
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering verblijfsvergunning wegens Dublinverordening en belangen kind
Eisers, een vader en zijn zoon met de Salvadoraanse nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning asiel aan in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk is voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening. Eisers stelden dat de belangen van het kind onvoldoende waren meegewogen en dat de Spaanse asielprocedure tekortkomingen kent.
De rechtbank overwoog dat Nederland op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag aannemen dat Spanje zijn verdragsverplichtingen nakomt. Eisers slaagden er niet in aannemelijk te maken dat er sprake is van ernstige systeemfouten in Spanje die een reëel risico op onmenselijke behandeling opleveren. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de psychische zorg in Spanje ontoereikend is.
Hoewel het kind psychische schade heeft en in Nederland goede hulp ontvangt, is onvoldoende gebleken dat Spanje geen passende zorg kan bieden. Het belang van het kind is meegewogen, maar het feit dat de grootmoeder in Nederland woont, weegt niet zwaar omdat zij geen verblijfsrecht heeft. De rechtbank concludeert dat de overdracht naar Spanje niet van onevenredige hardheid getuigt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.