ECLI:NL:RBDHA:2023:20854
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielverzoek wegens ondeugdelijke motivering en overschrijding redelijke termijn
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van 8 september 2021, waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel werd afgewezen en uitstel van vertrek werd geweigerd. De rechtbank heeft in een tussenuitspraak geconstateerd dat de staatssecretaris zijn standpunt onvoldoende had gemotiveerd, met name over de bescherming die de Colombiaanse autoriteiten via de Unidad Nacional de Protección (UNP) bieden.
De staatssecretaris heeft vervolgens zijn motivering aangevuld met verwijzing naar een ambtsbericht van maart 2022 en aanvullende informatie over het beschermingsprogramma in Colombia. Eiser betoogde dat het vragen van bescherming bij de UNP voor hem zinloos of gevaarlijk zou zijn, onderbouwd met brieven van VluchtelingenWerk Nederland.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd dat in Colombia in het algemeen bescherming wordt geboden en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het vragen van bescherming bij de UNP voor hem gevaarlijk of zinloos is. De gebreken in het bestreden besluit zijn daarmee hersteld, maar het beroep is gegrond wegens strijd met de zorgvuldigheids- en motiveringsvereisten van de Awb.
De rechtbank vernietigt het besluit, laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand en veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van eiser. Tevens kent de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn van bijna twee maanden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, proceskosten en schadevergoeding toegekend.