ECLI:NL:RBDHA:2023:20592
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming voor facultatieve groep ontheemden uit Oekraïne
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, te beëindigen per 4 september 2023.
De rechtbank verwijst naar een eerdere meervoudige kameruitspraak van 30 oktober 2023 waarin is vastgesteld dat de staatssecretaris bevoegd is om de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep te beëindigen. De rechtbank overweegt dat de beroepsgronden van eiser met betrekking tot bevoegdheid, rechtszekerheid, vertrouwensbeginsel en hoorrecht niet slagen. De implementatie van de Richtlijn in het Nederlandse recht is volgens de rechtbank correct en de staatssecretaris hoeft geen individueel gehoor af te nemen.
Eiser voert aan dat het evenredigheidsbeginsel is geschonden omdat het doel van beëindiging onduidelijk zou zijn. De rechtbank stelt echter vast dat het doel van de Richtlijn mede is het voorkomen van overbelasting van het asielstelsel en opvangcapaciteit. De staatssecretaris heeft gemotiveerd dat misbruik door derdelanders en opvangproblematiek aanleiding zijn voor beëindiging. De rechtbank vindt het besluit geschikt, noodzakelijk en niet onevenwichtig.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.