ECLI:NL:RBDHA:2023:20035
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Eritrese asielzoeker, diende op 12 juni 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, mede omdat eiser nog in het bezit was van een geldig Schengenvisum voor Duitsland. Verweerder deed een verzoek tot overname aan Duitsland, dat op 22 augustus 2023 werd geaccepteerd.
Eiser voerde beroep aan tegen het besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Hij stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland niet meer kon worden aangenomen, verwees naar prejudiciële vragen en stelde dat zijn medische situatie overdracht aan Duitsland onmogelijk maakte vanwege risico op verslechtering en indirect refoulement.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland nog steeds geldt en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om dit te weerleggen. De medische situatie van eiser rechtvaardigde geen uitzondering op overdracht, en er was geen bewijs voor een reëel risico op indirect refoulement. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, omdat de vereiste connexiteit ontbrak na de uitspraak in het beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.