Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Binnen enkele weken nadat de Taliban aan de macht kwamen, verschenen er berichten over niet-Pashtun-Afghanen die met geweld uit hun huizen en boerderijen werden verdreven. Zo konden de Taliban hun volgelingen belonen met land dat was afgenomen van andere groepen. Met name Hazara’s, Turkmenen en Oezbeken werden hier het slachtoffer van. In het hele land werden huisuitzettingen gemeld, zoals in de provincies Balkh, Helmand, Daikundi, Kandahar en Uruzgan, waardoor het enorme aantal ontheemden nog verder steeg.”
Er waren meldingen van gevallen waarbij veiligheidstroepen die geassocieerd werden met de Taliban Hazara’s en andere groepen uit hun huizen en boerderijen zetten. Vaak kregen zij maar een paar dagen om te vertrekken en hadden zij geen gelegenheid om formeel te protesteren. Op 19 december 2022 hielden inwoners van de provincie Sar-e Pol een demonstratie tegen hun uitzetting en het afnemen van grondgebied in acht dorpen door de Taliban. De bewoners, met name Oezbeken en Tadzjieken, zouden met geweld bedreigd zijn als zij de bevelen om te vertrekken niet zouden opvolgen.” Ook hieruit blijkt niet dat deze huisuitzettingen hebben plaatsgevonden in de provincie Jawzjan, waar Oezbeken een meerderheid vormen.
Onder verwijzing naar het actuele landenbeleid (vastgesteld bij WBV 2022/19 van 13 juli 2022) wijst verweerder er op dat er in Afghanistan geen sprake is van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Evenmin valt eiser, als etnisch Oezbeek, onder de in het landenbeleid aangewezen risicogroepen/kwetsbare minderheden. Voorwaarde is hiervoor namelijk dat het moet gaan om Afghaanse asielzoekers die afkomstig zijn uit een leefgebied waar zij tot een (gemarginaliseerde) etnische minderheid behoren, die aldaar ernstige problemen ondervindt. In geval van eiser is hiervan geen sprake: hij komt uit de provincie Jawzjan (hoofdstad Sjerberghan) in het noorden van Afghanistan waar Turkmenen en Oezbeken de meerderheid vormen. Eiser heeft ook nimmer problemen ondervonden vanwege zijn etniciteit en niet is gebleken dat de situatie in genoemd leefgebied na de machtsovername door de Taliban ingrijpend verslechterd is. De omstandigheid dat eiser heeft gewerkt voor het [bedrijf] , een westers bouwbedrijf, betekent niet dat eiser ten gevolge hiervan onder een risicogroep valt als bedoeld in artikel C7/2.3.2 (landgebonden beleid Afghanistan) van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Daar komt bij dat deze omstandigheid al is meegewogen in de eerdere uitspraken.