ECLI:NL:RBDHA:2023:19132
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenrechtelijke zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was eerder getoetst in uitspraken van 14 september en 18 oktober 2023. De staatssecretaris heeft de maatregel op 8 november 2023 opgeheven vanwege een strafrechtelijke detentie van eiser.
De rechtbank toetst of het voortduren van de maatregel tot de opheffingsdatum rechtmatig was en of eiser recht heeft op schadevergoeding. Uit de beoordeling blijkt dat het zicht op uitzetting naar Marokko niet ontbrak en dat de staatssecretaris voldoende voortvarend heeft gehandeld, onder meer door vertrekgesprekken en rappels aan de Marokkaanse autoriteiten.
De rechtbank verwerpt de stelling dat de maatregel wordt gebruikt om medewerking af te dwingen, en benadrukt dat eiser zelf moet meewerken aan de vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit. De ambtshalve toetsing bevestigt dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden is voldaan. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.