ECLI:NL:RBDHA:2023:18594
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander niet onrechtmatig
De rechtbank Den Haag heeft op 1 december 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser, een Oekraïense derdelander, beroep instelde tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn recht op tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023.
Eiser voerde aan dat de staatssecretaris niet bevoegd was tot beëindiging en dat het besluit in strijd was met het rechtszekerheids-, vertrouwens- en evenredigheidsbeginsel. De rechtbank verwees naar een eerdere meervoudige kameruitspraak van 30 oktober 2023 waarin de bevoegdheid van de staatssecretaris werd bevestigd en de genoemde beginselen niet werden geschonden.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hem een ondubbelzinnige toezegging was gedaan en dat het besluit passend en noodzakelijk was om de opvangproblematiek in Nederland te beperken. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat de belangenafweging niet onevenredig was en eiser onvoldoende onderbouwing gaf voor de gevolgen van het besluit.
Het verzoek om het onderzoek aan te houden werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier A.P. Kuiters.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.