ECLI:NL:RBDHA:2023:15480
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De rechtbank Den Haag heeft op 13 oktober 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was op 19 augustus 2023 opgelegd en duurde voort. Eiser stelde dat de staatssecretaris niet voortvarend werkte aan zijn uitzetting, ondanks dat zijn nationaliteit en identiteit bekend waren.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot het moment van het vorige onderzoek rechtmatig was en dat nu alleen het voortduren sinds 1 september 2023 beoordeeld hoefde te worden. Uit de voortgangsrapportage bleek dat de staatssecretaris voldoende voortvarend handelde, onder meer door herhaalde rappellering en het voeren van een vertrekgesprek, en door extra aandacht te vragen bij de Marokkaanse autoriteiten.
De rechtbank stelde vast dat de Marokkaanse autoriteiten meewerkten aan het verstrekken van reisdocumenten en nationaliteitsbevestigingen, en dat eiser onvoldoende meewerkte aan zijn uitzetting. Er was geen reden om te twijfelen aan de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.