ECLI:NL:RBDHA:2023:14999
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verlenging inburgeringstermijn en kwijtschelding lening
Eiser was inburgeringsplichtig en diende uiterlijk op 6 juli 2019 te zijn ingeburgerd. Hij kreeg een boete en moest een lening terugbetalen die hij van DUO had ontvangen voor de inburgeringskosten. Het besluit van 3 september 2019 stelde vast dat eiser de inburgeringstermijn verwijtbaar had overschreden en legde een boete op, zonder kwijtschelding van de lening. Eiser voldeed pas ruim anderhalf jaar later aan zijn inburgeringsplicht.
Eiser verzocht om verlenging van de inburgeringstermijn, kwijtschelding of matiging van de lening en herziening van het besluit van 3 september 2019. Deze verzoeken werden afgewezen omdat het oorspronkelijke besluit onherroepelijk was en er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden (nova). De rechtbank oordeelde dat beleidswijzigingen en nieuwe jurisprudentie geen nova vormen en dat eiser zijn gronden tijdig had moeten aanvoeren.
Verder stelde eiser dat hij onterecht niet was gehoord en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank vond dat het horen niet verplicht was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat het besluit voldoende was gemotiveerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van verlenging inburgeringstermijn en kwijtschelding lening wordt ongegrond verklaard.