Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 29 augustus 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet (Vw), vanwege concrete aanknopingspunten voor toepassing van de Dublinverordening. Eiser betwistte de rechtmatigheid van de bewaring, stellende dat zijn asielverzoek nog niet was beslist en hij rechtmatig verblijf had.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat op het moment van inbewaringstelling concrete aanknopingspunten bestonden dat eiser onder de Dublinverordening viel, onder meer vanwege eerdere asielaanvragen in Italië, Frankrijk en Duitsland en een claimakkoord van Frankrijk. De gronden voor bewaring, waaronder het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, werden niet betwist en waren voldoende.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.