ECLI:NL:RBDHA:2023:13711

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 augustus 2023
Publicatiedatum
12 september 2023
Zaaknummer
NL23.25200 en NL23.25207
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 AwbArt. 8:86 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid voorzieningenrechter bij verzoek om herziening asielzaak

Verzoekers hebben in Nederland asiel aangevraagd, maar de staatssecretaris nam de aanvragen niet in behandeling omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht. De rechtbank verklaarde de beroepen van verzoekers ongegrond en wees ook hun verzoeken om voorlopige voorziening af. Vervolgens verzochten verzoekers om herziening van deze uitspraken op grond van artikel 8:119 Awb Pro.

De voorzieningenrechter oordeelt dat herziening alleen mogelijk is bij uitspraken op grond van artikel 8:86 Awb Pro, terwijl de oorspronkelijke uitspraken waren gebaseerd op artikel 8:81 Awb Pro met toepassing van artikel 8:83, derde lid. Hierdoor is de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd om het verzoek om herziening te behandelen.

De voorzieningenrechter verklaart zich daarom onbevoegd en wijst het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De uitspraak is gedaan in het openbaar en schriftelijk bekendgemaakt.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om herziening en wijst het verzoek af.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.25200 en NL23.25207
uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 augustus 2023 op het verzoek om herziening van

[verzoeker] , v-nummer [nummer] , verzoeker 1

[verzoeker], v-nummer [nummer] , verzoeker 2
samen: verzoekers
(gemachtigde: mr. N. Akbalik).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter de verzoeken om herziening van de uitspraken van de voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats van 27 juli 2023. [1]
1.1.
Verzoekers hebben op 26 december 2022 in Nederland een asielaanvraag gedaan. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de aanvragen niet in behandeling genomen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de aanvragen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft de daartegen gerichte beroepen op 27 juli 2023 ongegrond verklaard. [2] Bij uitspraken van diezelfde datum heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen omdat op het beroep uitspraak was gedaan.
1.2.
De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaken niet nodig is. [3]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter gevraagd om de uitspraken van 27 juli 2023 op grond van artikel 8:119 van Pro de Awb te herzien. Uit vaste rechtspraak volgt dat uitspraken van de voorzieningenrechter alleen voor herziening in aanmerking komen als deze zijn gedaan op grond van artikel 8:86 van Pro de Awb. [4] De voorzieningenrechter heeft in de zaken van verzoekers echter uitspraak gedaan op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb en daarbij toepassing gegeven aan artikel 8:83, derde lid, van de Awb. De voorzieningenrechter is daarom kennelijk onbevoegd om van het verzoek om herziening kennis te nemen.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J.B. ter Beke, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Rb. Den Haag (zp Arnhem) (vzr.) 27 juli 2023, zaaknummer NL23.12611 (uitspraak in de zaak van verzoeker 1) en Rb. Den Haag (zp Arnhem) (vzr.) 27 juli 2023, zaaknummer NL23.12613 (uitspraak in de zaak van verzoeker 2).
2.Rb. Den Haag (zp Arnhem) 27 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:11400 (uitspraak in de zaak van verzoeker 1) en Rb. Den Haag (zp Arnhem) 27 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:11403 (uitspraak in de zaak van verzoeker 2).
3.Dit is mogelijk op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in samenhang met artikel 8:119, tweede lid, van de Awb.
4.Zie bijvoorbeeld ABRvS 7 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3188.