Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 24 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond, heeft verweerder bepaald dat eiser Nederland onmiddellijk moet verlaten en heeft verweerder tegen eiser een inreisverbod voor de duur van tien jaar uitgevaardigd.
Overwegingen
knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (
personal participation).
knowing participationis volgens dit beleid in ieder geval sprake als de vreemdeling heeft gewerkt bij een organisatie waarvan verweerder heeft aangetoond dat deze zich op systematische wijze en/of op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan de misdrijven die genoemd worden in artikel 1(F) van het Vlv, of wanneer de vreemdeling heeft deelgenomen aan handelingen waarvan hij wist of had moeten weten dat het dergelijke misdrijven betrof.
personal participationis volgens dit beleid onder meer sprake als het handelen en/of nalaten van de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het betreffende misdrijf. Daarvan kan worden gesproken wanneer de bijdrage een effect heeft gehad op het begaan van het misdrijf en deze hoogstwaarschijnlijk niet op dezelfde wijze had plaatsgevonden indien niemand de rol van de vreemdeling had vervuld of indien de vreemdeling gebruik had gemaakt van mogelijkheden om het misdrijf tegen te houden.
personal and knowing participationzoals hierboven weergegeven. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat dit geen juiste wijze van beoordelen is. In dit kader merkt de rechtbank op dat verweerder in het bestreden besluit uitvoerig is ingegaan op eisers zienswijze op dit punt en dat eiser in beroep niet onderbouwt waarom dit geen stand zou kunnen houden.
exclusion before inclusion). [8] Daarnaast wijst eiser erop dat de
personal and knowing participation testis gebaseerd op Canadese rechtspraak [9] die inmiddels niet meer geldt. [10] Ten slotte vindt eiser dat de wijze van beoordeling in strijd is met artikel 6 van Pro het EVRM en de artikelen 47 en 48 van het Handvest. [11]
personal and knowing participationzoals die momenteel in het Nederlandse beleid is neergelegd, is in overeenstemming met de jurisprudentie van de Afdeling [13] en het Hof van Justitie van de Europese Unie. [14] Het tegenwerpen van artikel 1(F) van het Vlv kan niet worden aangemerkt als een
criminal chargein de zin van het EVRM. Het niet verlenen van internationale bescherming aan iemand die in verband kan worden gebracht met ernstige misdrijven is namelijk een bestuursrechtelijke maatregel die niet op leedtoevoeging is gericht. Dit brengt met zich dat de onschuldpresumptie niet van toepassing is. Overigens wordt de beoordeling gemaakt aan de hand van openbare bronnen en de eigen verklaringen van de vreemdeling. Er is dus geen sprake van strijd met artikel 6 EVRM Pro of artikel 47 en Pro 48 van het Handvest. Deze rechtbank en zittingsplaats kwam op 15 april 2021 al tot een vergelijkbaar oordeel. [15]
knowing participation, is deze stelling in beroep niet onderbouwd. Gelet op wat hiervoor onder 8 is overwogen, en gelet op het feit dat niet betwist wordt dat de MI en de PSO zich in de periode dat eiser daar werkzaam was schuldig hebben gemaakt aan ernstige misdrijven zoals bedoeld in artikel 1(F) van het Vlv, is aan dit onderdeel van de beoordeling voldaan.
personal participation. Eiser stelt dat hij het regime in Jemen niet heeft gefaciliteerd. In dat kader voert hij aan dat hij aan het einde van zijn carrière juist een bemiddelende rol heeft gespeeld en dat hij kort daarvoor door het regime buiten Jemen was geplaatst. De rechtbank volgt eiser niet in deze stelling. Verweerder heeft in het bestreden besluit terecht overwogen dat eiser door het geven van leiding aan 120 mensen bij de MI en door het analyseren en doorgeven van informatie over personen die (mogelijk) een gevaar vormden voor de staatsveiligheid en gearresteerd moesten worden, tijdens zijn werk bij zowel de MI als de PSO een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de door deze organisaties gepleegde ernstige misdrijven. De omstandigheden dat eiser tevens gedurende enkele dagen lid was van een bemiddelingscommissie en dat hij zijn werkzaamheden deels buiten Jemen heeft verricht, maken niet dat niet langer kan worden gesproken van
personal participation.