Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2022:9914

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 mei 2022
Publicatiedatum
28 september 2022
Zaaknummer
9701209 \ RP VERZ 22-50071
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 BWArt. 7:671b lid 1 BWArt. 7:671b lid 8 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens duurzaam verstoorde arbeidsverhouding

De werknemer is sinds 2 maart 2015 in dienst bij de werkgever, laatstelijk als administratief medewerker met een bruto maandsalaris van €3.344,91. De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, waarbij herplaatsing niet mogelijk is.

De werknemer heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen bij de mondelinge behandeling. De kantonrechter heeft vastgesteld dat er geen opzegverbod geldt en dat de arbeidsverhouding onherstelbaar verstoord is. Gezien het ontbreken van verweer en de onmogelijkheid tot herplaatsing, is er een redelijke grond voor ontbinding.

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juli 2022, de datum waarop de overeenkomst bij reguliere opzegging zou eindigen, verminderd met de duur van de procedure. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op €626,00. Er wordt geen vergoeding toegekend en het verzoek tot ontbinding wordt toegewezen.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juli 2022 wegens duurzaam verstoorde arbeidsverhouding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage
EVV/AB
Zaaknr.: 9701209 \ RP VERZ 22-50071
Uitspraakdatum: 17 mei 2022
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
de publiekrechtelijke rechtspersoon de Staat der Nederlanden,
zetelend te Den Haag,
verzoekende partij,
verder te noemen: de werkgever,
gemachtigde: mr. I. Meijer,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij,
verder te noemen: de werknemer,
niet verschenen.

1.Het procesverloop

De kantonrechter heeft kennis genomen van:
- het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 18 februari 2022.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft op 17 mei 2022 plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is besproken. Werkgever is verschenen bij [naam 1] en [naam 2] , bijgestaan door mr. I. Meijer. Berber is niet verschenen.

2.Feiten

De werknemer is geboren op [geboortedag] 1992 en sinds 2 maart 2015 in dienst van de werkgever werkzaam, laatstelijk als administratief medewerker (FSO) tegen een salaris van € 3.344,91 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag en verdere emolumenten.

3.Verzoek en verweer

3.1.
De werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in verbinding met artikel 7:669 lid 1 en Pro lid 3, onder g BW met veroordeling van werknemer in de kosten van de procedure.
3.2.
Aan dit verzoek legt de werkgever ten grondslag dat primair sprake is van – kort gezegd – een verstoorde arbeidsverhouding die zodanig is dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren en dat herplaatsing van de werknemer niet meer mogelijk is.
3.3.
De werknemer heeft tegen het verzoek geen verweer gevoerd. De werknemer is evenmin, ondanks daartoe door de griffier goed te zijn opgeroepen, op de mondelinge behandeling verschenen.
3.4.
Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

4.De beoordeling

4.1.
Beoordeeld moet worden of de arbeidsovereenkomst tussen partijen dient te worden ontbonden.
4.2.
De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of er sprake is van een opzegverbod.
Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake.
4.3.
De kantonrechter overweegt vervolgens dat uit artikel 7:669 lid 1 BW Pro volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW Pro is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Nu de werknemer niet heeft weersproken dat de arbeidsverhouding verstoord is en dat die verstoring onherstelbaar is en herplaatsing niet meer mogelijk moet worden geacht, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen is immers sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid Pro 3, onderdeel g, BW, en is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van de werknemer.
4.4.
De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van de werkgever zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onderdeel a, BW zal worden ontbonden met ingang van 1 juli 2022. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure.
4.5.
Nu geen vergoeding wordt toegekend, zal werkgever niet de gelegenheid worden geboden om het verzoek in te trekken.
4.6.
De kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding de werknemer te veroordelen in de kosten van de procedure.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juli 2022;
5.2.
veroordeelt de werkgever in de kosten van de procedure, tot hiertoe aan de zijde van werkgever begroot op een bedrag van € 626,00, waaronder een bedrag van € 498,00, als het aan de gemachtigde van de werkgever toekomende salaris;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. O. van der Burg, kantonrechter en op 17 mei 2022 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.