ECLI:NL:RBDHA:2022:9587
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugvordering Ziektewet-uitkering wegens dubbele betaling
Eiser ontving een Ziektewet-uitkering waarbij verweerder per abuis een voorschot op basis van een te hoog dagloon had uitgekeerd, waarna het definitieve dagloon lager werd vastgesteld. Dit leidde tot een terugvordering van €1.421,20.
Eiser betwistte aanvankelijk het bedrag, maar trok dit in en voerde aan dat terugvordering onredelijk is vanwege zijn lage inkomen en verwees naar een eerdere uitspraak. De rechtbank overwoog dat dringende redenen voor afzien van terugvordering slechts incidenteel en uitzonderlijk kunnen zijn.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de terugvordering onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen heeft. De situatie van eiser verschilt wezenlijk van de aangehaalde jurisprudentie. De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde eiser niet tot proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige vaststelling van het dagloon en bevestigt dat correcties daarop kunnen leiden tot terugvordering zonder dat dit per definitie onredelijk is.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.