ECLI:NL:RBDHA:2022:7718
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Poolse homoseksuele asielzoeker wegens ontbreken individuele risicofactoren
Eiser, een Poolse staatsburger, diende een opvolgende asielaanvraag in met het motief dat hij vanwege zijn homoseksualiteit niet veilig naar Polen kan worden teruggekeerd. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en Protocol 24 bij het EU-Verdrag, omdat Polen als veilige lidstaat wordt beschouwd en uitzonderingssituaties niet van toepassing zijn.
De rechtbank oordeelt dat hoewel de Poolse rechterlijke macht onder druk staat en de positie van homoseksuelen problematisch is, dit niet voldoende is om te concluderen dat er een reëel risico bestaat op een schending van het recht op een eerlijke behandeling door een onafhankelijk gerecht. Er zijn geen individuele risicofactoren vastgesteld die de situatie van eiser uniek maken.
Eisers betoog dat verweerder onvoldoende inhoudelijk op zijn homoseksualiteit is ingegaan, wordt verworpen. De rechtbank stelt dat de algemene situatie in Polen niet leidt tot een uitzondering op het vertrouwensbeginsel en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen adequate bescherming kan verwachten van de Poolse autoriteiten of het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wegens ontbreken van individuele risicofactoren.