ECLI:NL:RBDHA:2022:6445
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Venezuela wegens onvoldoende gronden ondanks medische situatie
Eiseres, geboren in 1939 en van Venezolaanse nationaliteit, vroeg op 10 december 2019 asiel aan vanwege medische klachten en eerdere mishandeling door haar neef. De staatssecretaris wees haar asielaanvraag in augustus 2021 af, maar verleende uitstel van vertrek vanwege medische risico's.
In november 2021 werd het uitstel verlengd en werd vastgesteld dat bij het ontbreken van medische behandeling in Venezuela een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bestaat. Bij besluit van 8 maart 2022 werd de asielaanvraag opnieuw afgewezen, maar kreeg eiseres een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar zoon op grond van artikel 8 EVRM Pro.
Eiseres stelde dat terugkeer een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert vanwege haar ziekte en afhankelijkheid, wat een risico op uitbuiting meebrengt. De rechtbank oordeelde dat hoewel medische omstandigheden uitzonderlijk kunnen leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro, dit niet automatisch recht geeft op een verblijfsvergunning asiel. De afhankelijkheidsrelatie is afdoende ondervangen door het verlenen van een regulier verblijf.
Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is openbaar en kan binnen vier weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard; eiseres krijgt een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar zoon.