ECLI:NL:RVS:2019:30
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvragen en toepassing overgangsrecht medische gronden
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluiten van 10 januari 2018 meerdere aanvragen van vreemdelingen uit Armenië om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard, omdat het opvolgende aanvragen waren zonder nieuwe elementen. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte het overgangsrecht uit WBV 2017/8 niet toepaste en dat hij een beoordeling op grond van artikel 3 EVRM Pro om medische redenen had moeten verrichten.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat het overgangsrecht alleen geldt voor eerste aanvragen en dat bij opvolgende aanvragen zonder nieuwe elementen geen ambtshalve beoordeling hoeft plaats te vinden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht de aanvragen niet-ontvankelijk heeft verklaard op grond van artikel 30a Vreemdelingenwet 2000, omdat geen nieuwe elementen waren aangevoerd. Het overgangsrecht uit WBV 2017/8 is niet van toepassing bij opvolgende aanvragen zonder nieuwe elementen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond, waardoor de besluiten van 10 januari 2018 van kracht blijven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheidsbesluiten blijven van kracht.