ECLI:NL:RBDHA:2022:6126
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op afgeleid verblijfsrecht voor kinderen op grond van Chavez-Vilchez arrest
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw die in Nederland verblijft, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsdocument voor haar minderjarige Nederlandse kinderen op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez. Verweerder stelde dat eiseres in Italië verblijfsrecht heeft als vluchteling en dat de kinderen daardoor niet gedwongen worden de Unie te verlaten.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar verblijfsrecht in Italië is beëindigd of ingetrokken, ondanks het verlopen van haar verblijfsvergunning. De rechtbank benadrukt dat een verlopen vergunning niet automatisch betekent dat de vluchtelingenstatus is beëindigd. Eiseres heeft geen aanvraag tot verlenging ingediend, maar haar argumenten dat zij dit niet kan doen wegens financiële en praktische redenen worden niet gevolgd.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie en richtlijnen die stellen dat het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat verblijfsrecht in een andere lidstaat niet meer bestaat. Omdat eiseres dit niet heeft gedaan, is geen afgeleid verblijfsrecht voor de kinderen op grond van artikel 20 VWEU Pro van toepassing. Ook het belang van de kinderen op grond van het IVRK speelt geen rol omdat zij niet worden gedwongen de Unie te verlaten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar verblijfsrecht in Italië is vervallen.