ECLI:NL:RBDHA:2022:4543
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit opleggen eigen bijdrage bij toekenning Wmo-maatwerkvoorziening
Eiser, met een amputatie van zijn rechteronderbeen, vroeg bij verweerder om woningaanpassingen op grond van de Wmo 2015. Na aanvankelijke afwijzing werd op bezwaar alsnog een traplift en drempelhulpen toegekend. Vervolgens legde verweerder in een apart besluit een eigen bijdrage op voor deze voorzieningen.
De rechtbank oordeelt dat het besluit tot oplegging van de eigen bijdrage een wijzigingsbesluit is dat binnen de reikwijdte van de oorspronkelijke aanvraag valt en dat verweerder dit had moeten opnemen in het besluit op bezwaar. Het apart opleggen van de eigen bijdrage is in strijd met de wettelijke systematiek, omdat het besluit waarbij de maatwerkvoorziening wordt toegekend het laatste moment moet zijn waarop de betrokkene kennis kan nemen van de verschuldigdheid van een bijdrage.
Verder stelt de rechtbank vast dat verweerder terecht heeft afgezien van een hoorzitting en dat het verzoek van eiser om schadevergoeding niet-ontvankelijk is, omdat de bezwaarfase bedoeld is om fouten in het primaire besluit te herstellen en eiser zich eerst tot verweerder moet wenden voor vergoeding. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit over de eigen bijdrage en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit waarin de eigen bijdrage is opgelegd wordt vernietigd en eiser is geen eigen bijdrage verschuldigd voor de toegekende voorzieningen.