Eiser, die in 2001 naar het buitenland is geëmigreerd, verzocht de Belastingdienst om inzage in zijn persoonsgegevens naar aanleiding van een woonplaatsonderzoek en vermoedens omtrent opname in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). De Belastingdienst weigerde inzage in alle systemen en verwees naar beperkte gegevens en het portaal "Mijn Belastingdienst".
De rechtbank overweegt dat het vermoeden dat eiser op een lijst staat een persoonsgegeven kan zijn en dat de Belastingdienst een bredere zoekslag in haar systemen moet verrichten dan alleen de FSV. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en dat de weigering om inzage te geven in andere systemen niet gerechtvaardigd is zonder nadere motivering.
Verder acht de rechtbank het redelijk dat de Belastingdienst heeft gezocht in de FSV en dat het niet verplicht is om schermafdrukken te verstrekken. Het verzoek om informatie over het lopende woonplaatsonderzoek mag worden geweigerd omwille van handhavingsbelangen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt de Belastingdienst binnen drie maanden een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van eiser toegewezen.