Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 februari 2022 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. B. Niels),
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
drs. [E] verschenen.
Overwegingen
20 procent op gehuurde grond en de overige masten staan op grond waarop een opstalrecht is gevestigd. De rechten, verplichtingen en contracten horende bij de masten zijn inbegrepen bij de afsplitsing.
- voor wat betreft de verkrijging van de masten die staan op eigen grond of grond waarop een opstalrecht is gevestigd een beroep gedaan op de netwerkvrijstelling zoals bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel y, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR);
- voor wat betreft de verkrijging van de masten op gehuurde grond het standpunt ingenomen dat deze verkrijging buiten het bereik van de overdrachtsbelasting blijft;
- uitsluitend de verkregen eigen grond ter waarde van € 1.135.485 aangegeven, waarbij [B.V. 2] zijn uitgegaan van een grondwaarde van € 130 per m².
€ 541.574 opgelegd. De naheffingsaanslag is gebaseerd op een waarde van in totaal
€ 75.357.102. Van deze € 75.357.102 bestaat € 986.102 uit gekapitaliseerde retributie voor de door [B.V. 2] verkregen opstalrechten. De overige € 74.371.000 betreft de waardering van de verkregen masten en heeft verweerder berekend aan de hand van de waarde-allocatie. Verweerder heeft hierbij het totaal van de vier balansen (€ 77.656.000) verminderd met de vooruitbetaalde bedragen (€ 140.000), de voorziene verwijderingskosten (€ 2.516.000) en een additioneel bedrag van € 629.000. Verweerder heeft in de aankondiging van de naheffingsaanslag meegedeeld dat naar zijn mening de waarde in het economische verkeer van de masten kan worden ontleend aan de koopprijs van de aandelen (€ 75 miljoen), maar dat hij – gelet op het afwijkende totaalbedrag van € 77.656.000 in de waarde-allocatie – vooralsnog bij dit laatstgenoemde bedrag heeft aangesloten.
Geschil12. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, is in geschil of de naheffingsaanslag naar het juiste bedrag is opgelegd. De gekapitaliseerde retributie ten bedrage van € 986.102 is niet in geschil.
€ 1.135 miljoen voor de eigen grond (de rechtbank begrijpt: € 1.135.485), € 21,896 miljoen voor de masten (exclusief de masten op gehuurde grond) en € 0,986 miljoen voor de gekapitaliseerde retributie voor de opstalrechten (de rechtbank begrijpt: € 986.102).
€ 75.000.000.
Beslissing
mr. A.D. van Riel, leden, in aanwezigheid van mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2022.