Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
binnen zestien wekenna de dag van verzending van deze uitspraak;
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 24 augustus 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden een besluit genomen. Eiser stelde verweerder na het verstrijken van deze termijn schriftelijk in gebreke en stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond. Er is geen zitting gehouden omdat partijen geen zitting wensten. De rechtbank legt een beslistermijn op waarbij verweerder binnen acht weken na verzending van het vonnis een eerste gehoor moet afnemen en binnen acht weken daarna het besluit moet nemen, conform het 8+8- wekenmodel van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Vanwege de tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND kan geen bestuurlijke dwangsom worden opgelegd, maar de rechtbank maakt gebruik van haar bevoegdheid om een dwangsom op te leggen bij overschrijding van de beslistermijn. Verweerder moet € 100,- per dag betalen met een maximum van € 7.500,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 379,50.
De uitspraak bevestigt dat de bestuursrechter in asielzaken ondanks de tijdelijke wet een dwangsom kan opleggen om naleving van beslistermijnen af te dwingen. Hiermee wordt de rechtsbescherming van asielzoekers versterkt. Verweerder moet binnen zestien weken alsnog een besluit nemen op de aanvraag.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een beslistermijn van zestien weken op en legt een dwangsom op bij overschrijding.