Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
mogenworden genomen. Uit deze uitspraak volgt niet dat verweerder deze gegevens als uitgangspunt
moetnemen. Ook het gegeven dat verweerder een terugkeerbesluit aan eiser heeft opgelegd leidt niet tot een ander oordeel. Verweerder heeft zich ter zitting terecht op het standpunt gesteld dat de omstandigheid dat aan eiser een terugkeerbesluit is opgelegd met Marokko als land van terugkeer er niet aan af doet dat hij nog altijd moet worden gepresenteerd bij de Marokkaanse autoriteiten om zijn identiteit en nationaliteit vast te stellen. Deze beroepsgrond slaagt niet.
De grondslag van de maatregel van bewaringIs er een geldig terugkeerbesluit waarop de bewaring kan worden gebaseerd?
zware grondenvermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
3h. tot ongewenst vreemdeling is verklaard als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet of tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Wet;
3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;
en als
lichte grondenvermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb 2000 heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;
4e. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.