ECLI:NL:RBDHA:2022:15567
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep minderjarige op uitstel van vertrek wegens medische noodsituatie
Eiser, een minderjarige met de Irakese nationaliteit, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege medische omstandigheden. Na eerdere uitstelbesluiten werd het verzoek in april 2022 afgewezen op basis van een BMA-advies dat geen medische noodsituatie op korte termijn verwachtte.
Eiser voerde onder meer aan dat het BMA-advies niet onpartijdig en niet concludent zou zijn, en dat behandeling in Irak niet adequaat mogelijk is. De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig, inzichtelijk en concludent was en dat verweerder aan zijn vergewisplicht had voldaan. Concrete aanwijzingen voor onpartijdigheid of onzorgvuldigheid ontbraken.
Ook stelde eiser dat hij door financiële beperkingen geen onafhankelijke deskundige kon inschakelen, wat een ongelijke bewijspositie zou creëren. De rechtbank stelde echter vast dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te brengen en dat er sprake was van equality of arms.
Ten slotte werd overwogen dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de belangen van het kind en dat het beroep op artikel 24 Handvest Pro en artikel 3 EVRM Pro niet slaagde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit geen uitstel van vertrek te verlenen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.