ECLI:NL:RBDHA:2022:15218
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag werd afgewezen omdat het ondernemingsplan niet voldeed aan de documentatievereisten zoals gesteld in bijlage 8aa van het Voorschrift Vreemdelingen 2000. Eiser had onvoldoende onderbouwing geleverd, zoals een gedegen marktanalyse, omzetprognoses, en bewijs van vakinhoudelijke expertise.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag niet aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland had voorgelegd vanwege het ontbreken van essentiële stukken. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de stelling dat de hoorplicht was geschonden, werden verworpen. De rechtbank benadrukte dat eiser pas in Nederland mag werken indien voldaan wordt aan de voorwaarden van de gevraagde verblijfsvergunning.
De rechtbank concludeerde dat het ondernemingsplan onvoldoende concreet en volledig was en dat eiser niet de vereiste documenten had overgelegd om zijn aanvraag te ondersteunen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning voor zelfstandige arbeid wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende onderbouwing van het ondernemingsplan.