ECLI:NL:RBDHA:2022:14983
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning met terugwerkende kracht wegens achterhouden gegevens en afwijzing aanvraag verblijfsrecht op grond van Chavez-Vilchez
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, kreeg in 2019 een machtiging tot voorlopig verblijf bij zijn partner. Na het beëindigen van de relatie en het vertrek van eiser van het adres van zijn partner, trok de staatssecretaris zijn verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in. Eiser stelde dat dit in strijd was met het Besluit 1/80, maar de rechtbank oordeelde dat het achterhouden van relevante gegevens door eiser de intrekking rechtvaardigde.
Daarnaast had eiser een aanvraag ingediend om verblijfsrecht te verkrijgen op grond van het arrest Chavez-Vilchez, omdat hij vader was van een kind dat mogelijk de Nederlandse nationaliteit had en hij zorg- en opvoedtaken verrichtte. De staatssecretaris wees deze aanvraag af vanwege onvoldoende bewijs van de nationaliteit van het kind en onvoldoende aannemelijkheid van de zorg- en opvoedtaken.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht handelde bij zowel de intrekking van de verblijfsvergunning als de afwijzing van de aanvraag. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning en afwijzing van zijn aanvraag wordt ongegrond verklaard.