ECLI:NL:RBDHA:2022:14750
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens waardebepaling en schadeverleden auto
Eiser betaalde BPM voor een Mercedes Benz GLC Coupé 250, waarbij de waardebepaling van de auto ter discussie stond vanwege een verschil in taxatierapporten en de vraag of een waardevermindering wegens schadeverleden terecht was toegepast.
Verweerder legde een naheffingsaanslag op met een hogere waardering zonder waardevermindering wegens schade, gebaseerd op een rapport van Domeinen Roerende Zaken. Eiser stelde dat de auto zwaar beschadigd was geweest en een blijvende waardevermindering van € 10.000 rechtvaardigde. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat het schadeverleden een blijvende waardevermindering veroorzaakte.
De rechtbank stelde vast dat de historische nieuwprijs iets hoger was dan verweerder aanvankelijk had aangenomen, waardoor de naheffingsaanslag werd verminderd tot € 4.967. Daarnaast werd een vergoeding van immateriële schade toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn met 125 dagen, en werden proceskosten aan eiser toegekend.
De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats daarvan treedt. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten, en tot terugbetaling van het griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 4.967 en vergoeding immateriële schade en proceskosten worden toegekend.