ECLI:NL:RVS:2016:2069
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake schijnhuwelijk en afwijzing verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris wees de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af op grond van een vermoeden van een schijnhuwelijk. De vreemdeling was gehuwd met een Poolse vrouw en stelde dat hun relatie oprecht was. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de rechtbank onvoldoende onderzoek had gedaan en dat de verklaringen van de vreemdeling en zijn echtgenote tegenstrijdig en vaag waren. De Raad van State oordeelde dat het oogmerk bij het aangaan van het huwelijk bepalend is en dat de verschillen in verklaringen niet waren weggenomen. Ook de overgelegde getuigenverklaringen en foto- en videomateriaal konden geen oprechte relatie aantonen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens werd bevestigd dat de staatssecretaris terecht het huwelijk als schijnhuwelijk kwalificeerde en dat geen nader onderzoek verplicht was. De verlening van een visum in een eerdere procedure stond hieraan niet in de weg.
De Afdeling bestuursrechtspraak benadrukte dat het niet binnen de wettelijke termijn nemen van een besluit niet betekent dat de staatssecretaris niet bevoegd is een afwijzing te geven. Ook werd het beroep op het arrest Kol verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, bevestigend dat sprake is van een schijnhuwelijk.