ECLI:NL:RBDHA:2022:14336
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt betaling BPM voorafgaand aan registratie is verenigbaar met Unierecht
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de verplichting om BPM te betalen voorafgaand aan de registratie van een voertuig, stellende dat dit in strijd zou zijn met het Unierecht. De rechtbank Den Haag oordeelt dat zij niet verplicht is prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie en ziet geen reden om dat alsnog te doen.
De rechtbank wijst erop dat ook bij binnenlandse voertuigen de BPM voorafgaand aan de registratie moet worden voldaan, en verwijst naar relevante arresten van de Hoge Raad en het Hof van Justitie. Eiseres heeft haar stelling over extra leeftijdskorting ingetrokken en geen inhoudelijke gronden tegen het betaalde BPM-bedrag aangevoerd.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de klacht over het griffierecht niet gegrond is, mede omdat eiseres geen beroep op betalingsonmacht heeft gedaan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de voorafbetaling van BPM is ongegrond verklaard.