ECLI:NL:RBDHA:2022:12933
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken duurzame en exclusieve relatie
Eiser, met de Surinaamse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning om bij zijn partner te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat geen duurzame en exclusieve relatie werd vastgesteld en er geen gezamenlijke huishouding was. Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was, dat het onderzoek door de AVIM onterecht was en dat verweerder onvoldoende had getoetst aan artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht een onderzoek door de AVIM heeft laten uitvoeren gezien eerdere korte relaties en onduidelijkheden over de relatie. Verweerder mocht ook gewicht toekennen aan verklaringen van referente en buren, die geen vaste bewoning of relatie bevestigden. De rechtbank vond geen bewijs van een beschermingswaardig familie- of gezinsleven in Nederland dat strijdig zou zijn met artikel 8 EVRM Pro.
Verder mocht verweerder afzien van het horen van eiser in bezwaar omdat er geen concrete belangen waren die een hoorzitting rechtvaardigden en het feitencomplex voldoende duidelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.