Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Bulgaria continues to carry out systematic pushbacks of migrants at its borders.” Uit dit rapport blijkt ook dat het Bulgaarse Helsinki Comité meldt dat 1.064 indirecte pushbacks, dus aan de buitengrens van Bulgarije, als ook 323 directe pushbacks, dus van binnen het grondgebied heeft vastgelegd, van in totaal 13.363 personen. Dit is gemeten in de eerste acht maanden van 2021. Wat een stijging zou inhouden van het aantal pushbacks ten opzichte van 2020 toen dat 15.173 personen overkwam. Daarnaast heeft eiser ter zitting verwezen naar de ‘Veelgestelde Vragen Bulgarije Dublinterugkeerders & statushouders 2021’ van VluchtelingenWerk Nederland, van 23 juli 2021. Hierin wordt verwezen naar verschillende documenten die onderschrijven dat pushbacks systematisch plaatsvinden in Bulgarije, onder andere het rapport van het ‘US Department of State: 2020 Country Report on Human Rights Practices: Bulgaria’ van 30 maart 2021 en het rapport van de VPRO:‘Frontlinie #6: Opgepakt aan de oostgrens van Europa’, van 21 juni 2021. Hieruit volgt volgens eiser dat pushbacks in Bulgarije systematisch zijn en niet 'incidenteel'. Eiser verwijst in dit kader naar de uitspraak van de ABRvS van 13 april 20224, waarin is geoordeeld dat systematische pushbacks reden waren om niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit te gaan ten aanzien van Kroatië. Dit is volgens eiser ook het geval in Bulgarije. Als gevolg hiervan kan volgens eiser ten aanzien van dat land niet meer worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Asylum seekers who are returned from other Member States in principle do not face any obstacles in accessing the territory of Bulgaria upon return.” Deze passage komt ook terug in de meest recente versie (2021) van het AIDA-rapport. Er is daarnaast volgens verweerder geen aanwijzing om aan te nemen dat deze pushbacks zien op Dublinclaimanten.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.518,-.