ECLI:NL:RVS:2022:1119
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens bijzondere kwetsbaarheid vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat hij al een verblijfsvergunning in Bulgarije had. De vreemdeling voerde aan dat hij vanwege ernstige medische problemen niet terug kan keren naar Bulgarije en overhandigde medische stukken van het UMCG.
De rechtbank oordeelde dat de medische situatie niet zodanig ernstig was dat terugkeer een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro Handvest opleverde. De rechtbank vond dat de vreemdeling toegang had tot medische zorg in Bulgarije en niet als bijzonder kwetsbaar kon worden beschouwd.
De Raad van State stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling niet bijzonder kwetsbaar was. Uit de medische stukken bleek dat de vreemdeling meerdere operaties had ondergaan en een langdurig en gecompliceerd herstel doormaakte, waardoor hij niet zelfstandig zijn rechten in Bulgarije kon effectueren.
De Raad van State vernietigde het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.