ECLI:NL:RBDHA:2022:12499
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens openstaande strafzaak en gevaar voor openbare orde
Eiser, met de Syrische nationaliteit en een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, verzocht om naturalisatie. Dit verzoek werd afgewezen omdat ambtshalve informatie aangaf dat tegen hem een strafzaak openstond, wat ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde oplevert volgens artikel 9, eerste lid, onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Eiser betoogde dat hij slachtoffer was van een incident en niet de dader, dat de onschuldpresumptie niet was gerespecteerd, en dat hij ten onrechte niet was gehoord bij het bezwaar. Verweerder handhaafde het besluit op grond van de openstaande strafzaak en ernstige vermoedens.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de ambtshalve verkregen informatie en dat de onschuldpresumptie niet werd geschonden omdat verweerder geen oordeel gaf over schuld. Ook was het niet nodig een strafrechterlijke beslissing af te wachten. De aangevoerde persoonlijke omstandigheden waren onvoldoende om van het beleid af te wijken.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het naturalisatieverzoek terecht is afgewezen. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard en het verzoek blijft afgewezen.