Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 februari 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
De feiten
Rechtbank Den Haag
Eiseres ontving een legaat van €50.000 van de overleden erflater. Bij de aanslag erfbelasting werd de werknemersvrijstelling niet toegepast. Eiseres stelde dat zij jarenlang werkzaamheden voor de erflater had verricht en dat de vrijstelling daarom van toepassing was.
De rechtbank stelde vast dat de bewijslast voor het toepassen van de werknemersvrijstelling bij eiseres lag. Zij moest aannemelijk maken dat haar werkzaamheden op basis van een arbeidsovereenkomst waren verricht. Uit de stukken bleek wel dat zij diverse diensten had verricht, zoals persoonlijke verzorging en huishoudelijke taken, maar er was geen bewijs van een arbeidsovereenkomst of een gezagsverhouding.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en bevestigde dat de aanslag erfbelasting terecht was opgelegd zonder toepassing van de werknemersvrijstelling. De rechtbank benadrukte dat zij niet kan oordelen over de redelijkheid van de wetgeving zelf en dat geen strijdigheid met verdragsbepalingen was gesteld of gebleken.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag erfbelasting zonder toepassing van de werknemersvrijstelling.