ECLI:NL:GHSHE:2003:AO2336
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- F. Sonneveldt
- Rechtspraak.nl
Toepassing werknemersvrijstelling in successierecht bij huishoudelijke hulp
In deze zaak stond centraal de vraag of de werknemersvrijstelling van artikel 32, eerste lid, sub 9, van de Successiewet 1956 van toepassing was op de verkrijging van belanghebbende, die gedurende ruim 11 jaar huishoudelijke hulp verleende aan de erflaatster.
Belanghebbende verrichtte de werkzaamheden op vaste tijden, onder aanwijzingen van de erflaatster, en ontving hiervoor een minimale vergoeding van ƒ 25 per maand plus een toezegging van de erflaatster om het later goed te maken. Het hof stelde vast dat er sprake was van een gezagsverhouding en loon, waardoor aan de constitutieve eisen van een dienstbetrekking werd voldaan.
Verder oordeelde het hof dat het verkregene kon worden beschouwd als voldoening van een natuurlijke verbintenis, gezien de minimale vergoeding, de lange relatie en de toezegging van de erflaatster. Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak en verminderde de aanslag tot nihil.
Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak werd op 10 december 2003 mondeling gedaan en op 12 december 2003 schriftelijk bevestigd.
Uitkomst: De aanslag in het recht van successie wordt verminderd tot nihil door toepassing van de werknemersvrijstelling.