ECLI:NL:RBDHA:2022:12013
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens subsidiere bescherming in andere EU-lidstaat
Eiser, een Jemenitische nationaliteit, diende op 2 april 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a Vreemdelingenwet omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 4 mei 2017 in Roemenië subsidiaire bescherming had gekregen.
Eiser betoogde dat er een belangenafweging had moeten plaatsvinden en dat hij niet meer gebonden was aan Roemenië vanwege het verlopen verblijfsdocument en zijn persoonlijke omstandigheden, zoals discriminatie en medische zorg voor diabetes. De rechtbank oordeelde dat de subsidiaire beschermingsstatus in Roemenië nog steeds geldt ondanks het verlopen verblijfsdocument, en dat verweerder terecht uitging van de juistheid van Eurodac-informatie.
De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie en het arrest Ibrahim van het Hof van Justitie EU, waarin is bepaald dat het ontbreken van sociale ondersteuning in het beschermingsland pas tot schending van het Handvest leidt als dit resulteert in ernstige materiële deprivatie. Eiser slaagde er niet in dit aannemelijk te maken en leverde onvoldoende bewijs. De rechtbank wees het beroep af en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.