Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 6 augustus 2020, met producties 1 tot en met 11;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 15;
- het tussenvonnis van 24 februari 2021 waarin een mondelinge behandeling is gelast, die nader is bepaald op 2 september 2022;
- de akte overlegging producties van Maya, met producties 12 tot en met 20.
2.De feiten
De rechtbank stelt vast dat dit rapport [van 14 augustus 2013, toevoeging rechtbank], evenals de eerdere rapporten van [naam 2] voornoemd, niet is uitgebracht door een rechter-commissaris benoemde dan wel in het Nederlands Register Gerechtelijke Deskundigen ingeschreven deskundige. Blijkens de inhoud is het rapport voorts niet gebaseerd op de eigen kennis en ervaring van [naam 2] , noch zijn de daarin opgenomen bevindingen nader onderbouwd.
dat artikel 1, punt 2, sub b, van richtlijn 2001/83/EG aldus moet worden uitgelegd dat daaronder niet vallen substanties zoals die welke in de hoofdgedingen aan de orde zijn, waarvan de effecten beperkt zijn tot louter een wijziging van fysiologische functies, zonder dat zij direct of indirect een gunstige invloed kunnen hebben op de menselijke gezondheid, en die alleen maar worden geconsumeerd om een roes op te wekken en bij consumptie schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid.”
3.Het geschil
4.De beoordeling
“die bij de mens kan worden gebruikt of aan de mens kan worden toegediend”om fysiologische functies te wijzigen door een farmacologisch effect te bewerkstelligen. Het inhaleren van de rook bij verbranding van de zogenaamde ‘aromatische potpouri’ valt onder deze definitie van het toedieningscriterium.
achteraf bezienaansprakelijk is voor de op zichzelf rechtmatig toepassing van dwangmiddelen en een ingestelde strafrechtelijke vervolging.