Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 augustus 2021 in de zaak tussen
STL Werk B.V., statutair gevestigd te Alphen aan den Rijn, eiseres
Procesverloop
Overwegingen
(ex-)werknemer in redelijkheid konden komen tot de re-integratie-inspanningen die zijn verricht. Van een bevredigend resultaat is sprake als gekomen is tot een (gedeeltelijke) werkhervatting, die aansluit bij de resterende functionele mogelijkheden van de
(ex-)werknemer. Indien verweerder het resultaat niet bevredigend acht, zal volgens de Beleidsregels bij de beoordeling in het bijzonder worden gekeken naar datgene wat door de werkgever en (ex-)werknemer daadwerkelijk ondernomen is. Indien er geen bevredigend reintegratieresultaat is bereikt, maar verweerder de inspanningen van de werkgever op basis van het beoordelingskader wel voldoende acht, wordt geen loonsanctie opgelegd. Dat is eveneens het geval als verweerder de re-integratie-inspanningen weliswaar onvoldoende acht, maar tot het oordeel komt dat de werkgever daarvoor een deugdelijke grond heeft. Van werkgever en (ex-)werknemer worden geen re-integratie-inspanningen meer verlangd wanneer de (ex-)werknemer geen mogelijkheden meer heeft tot het verrichten van arbeid in het eigen bedrijf of bij een andere werkgever.
- de bedrijfsarts heeft een medische urenbeperking gesteld.
- de bedrijfsarts stelde perioden vast waarin geen re-integratiemogelijkheden of marginale mogelijkheden bestonden.
- de bedrijfsarts heeft mogelijk een re-integratiebelemmerend advies aan de werkgever gegeven.
28 november 2018 dan wel dat sprake is van zeer beperkte re-integratiemogelijkheden, maar dit is wat anders dan een situatie van geen beschikbare mogelijkheden. Door de verzekeringsarts werd op 7 december 2018 geconcludeerd dat ex-werknemer benutbare mogelijkheden heeft en dit standpunt wordt door de bedrijfsarts overgenomen in zijn rapportage van 16 januari 2019. Eiseres heeft echter pas in maart 2019 arbeidskundig onderzoek laten verrichten. Naar het oordeel van de rechtbank had dit al veel eerder moeten gebeuren, in ieder geval na de rapportage en FML van de verzekeringsarts van
7 december 2018 en/of de rapportage en FML van de bedrijfsarts van 16 januari 2019.