ECLI:NL:RBDHA:2021:8559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen verlenging verblijfsvergunning arbeid en afhankelijke vergunning echtgenote
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris die hun verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd met als doel arbeid in loondienst en verblijf bij echtgenoot verlengden tot 1 september 2021. Eisers vorderden een verlenging van vijf jaar. De rechtbank onderzocht of eisers voldoende procesbelang hadden om hun beroepen inhoudelijk te laten behandelen.
Eiser was inmiddels in het bezit gesteld van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene en startte een naturalisatieprocedure. De gemachtigde van eiser gaf op de zitting aan dat er geen procesbelang meer was vanwege deze nieuwe vergunning. De rechtbank oordeelde dat een verzoek om vergoeding van proceskosten niet voldoende procesbelang oplevert in deze situatie en verklaarde het beroep van eiser niet-ontvankelijk.
Eiseres had een afhankelijke verblijfsvergunning die gekoppeld was aan de verblijfsvergunning van eiser. Omdat de geldigheidsduur van die vergunning vaststaat door het ontbreken van procesbelang bij eiser, kan de duur van haar vergunning niet worden gewijzigd. De rechtbank zag geen aanleiding om procesbelang aan te nemen voor eiseres en verklaarde ook haar beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank wees verzoeken om proceskostenveroordeling en griffierechtvergoeding af en verwees partijen naar de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen van eisers niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.