Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- Een brief van 10 september 2016 van de [theater] [plaats] aan eiseres over werkzaamheden die zij in september 2016 ten behoeve van de productie “Koning voor een dag” heeft verricht. In de brief wordt een vergoeding van € 500 genoemd;
- Een door eiseres en [bureau] op 16 maart 2015 gesloten overeenkomst ter zake van de vervaardiging van een reclamespot voor [bedrijf 1] ;
- Een door eiseres en Stichting [stichting 1] op 1 januari 2015 gesloten arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd;
- Een factuur van eiseres aan [theater] [plaats] . De factuur bedraagt € 250 exclusief 6% btw en heeft als omschrijving “Het verhalenbordeel - Museumnacht 2016”;
- Een factuur van eiseres aan Stichting [stichting 4] . De factuur bedraagt € 965,36 exclusief 21% btw en ziet op “Classes 4e kwartaal 2016”;
- Een opgaaf van uitbetaalde bedragen aan een derde waarin is opgenomen dat € 600 is uitbetaald aan eiseres. Nadere duiding van dit formulier ontbreekt;
- Een jaaropgaaf 2016 van het UWV;
- Een jaaropgaaf 2016 van Stichting [stichting 3] ;
- Een jaaropgaaf 2016 van Stichting [stichting 2] met vermelding “L03”;
- Een jaaropgaaf 2016 van Stichting [stichting 2] met vermelding “L05”.
“Artikel 1. Indiensttreding
Winst uit onderneming/loon uit dienstbetrekking
11 februari 2015 is doorgegaan. Daarnaast beroept eiseres zich op de meerderheidsregel. Eiseres stelt dat verweerder in een meerderheid van vergelijkbare gevallen een juiste wetstoepassing achterwege heeft gelaten door hun arbeidsinkomsten als winst uit onderneming in aanmerking te nemen.
10 september 2019 uitspraak op bezwaar gedaan. Vervolgens is door de rechtbank op 15 juli 2021 uitspraak gedaan. Vanaf het indienen van het bezwaarschrift tot de uitspraakdatum is een periode van 2 jaar en ruim 9 maanden verstreken. Echter, in het kader van maatregelen tegen het coronavirus hebben in 2020 gedurende een aantal maanden bij de rechtbank geen zittingen kunnen plaatsvinden. Daarmee doet zich een bijzondere omstandigheid voor die verlenging van de redelijke termijn met vier maanden rechtvaardigt. Aan eiseres komt daarom een schadevergoeding toe van € 500 (€ 500 per overschrijding van (een gedeelte van) een half jaar). De termijnoverschrijding komt voor rekening van verweerder.