ECLI:NL:RBDHA:2021:5492
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsrecht op grond van Chavez-Vilchez arrest
Eiseres, moeder van een minderjarig kind met de Nederlandse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez. De Staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiseres niet zou aantonen meer dan marginale zorg- en opvoedingstaken te verrichten en er geen daadwerkelijke afhankelijkheidsverhouding zou bestaan.
Eiseres voerde aan dat zij wel degelijk belangrijke zorg- en opvoedingstaken verricht en overlegde verklaringen van familie, vrienden, de school van het kind en een sociaal project. De rechtbank stelt vast dat eiseres en het kind sinds april 2019 samenwonen en dat de verklaringen in samenhang voldoende aannemelijk maken dat er een daadwerkelijke afhankelijkheidsverhouding bestaat.
De rechtbank oordeelt dat de Staatssecretaris de hoorplicht heeft geschonden en onvoldoende gewicht heeft toegekend aan de overgelegde stukken. Het bestreden besluit is daarom onvoldoende gemotiveerd en niet deugdelijk. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt op tot een nieuw besluit, waarbij de belangen van het kind en alle relevante omstandigheden moeten worden betrokken.
De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. Er is geen aanleiding zelf in de zaak te voorzien omdat nader onderzoek en een nieuw besluit nodig zijn.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.