Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 april 2021 in de zaak tussen
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Op grond van sub e bij voorwaarde b van genoemde paragraaf neemt verweerder geen verplaatsing van het hoofdverblijf aan als een vreemdelingis achtergelaten in het land van herkomst en zich zo snel mogelijk tot de Nederlandse overheid (gemeente, diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging, IND of AVIM) wendt om naar Nederland te kunnen terugkeren.
In paragraaf B12/2.8 van de Vc heeft verweerder neergelegd dat hij, als iemand zijn hoofdverblijf heeft verplaatst, altijd overgaat tot intrekking van de verblijfsvergunning.
Achterlating in Marokko
Artikel 8 EVRM Pro
Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres inmiddels al meer dan tien jaar in Marokko, verblijft en dat zij bewust de keuze heeft gemaakt om in dit land te wonen. Zij heeft in die periode niet geprobeerd om terug naar Nederland te gaan. Eiseres is een gezinsleven aangegaan in Marokko en heeft er werk. Het enkele feit dat eiseres op haar werk voor een callcenter Nederlands spreekt, is te weinig om te kunnen spreken van zwaarwegende banden met Nederland. Dat er familieleden van eiseres in Nederland wonen, maakt wel dat er nog altijd warme banden zijn met Nederland, maar vaststaat voor verweerder dat eiseres haar privéleven naar Marokko heeft verplaatst.
Dit betoog faalt.
Intrekking met terugwerkende kracht
Gezinsherenigingsrichtlijn
Het betoog slaagt niet.
Hoorplicht in bezwaar
Conclusie