ECLI:NL:RVS:2020:2127
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning en belangenafweging privéleven vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok bij besluit van 23 juni 2017 de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling in, omdat deze gedurende meer dan zes aaneengesloten maanden niet was ingeschreven in de Basisregistratie Personen en niet had aangetoond in Nederland te hebben verbleven.
De vreemdeling, afkomstig uit Turkije en sinds 1988 in Nederland verblijvend, stelde dat hij een gezinsleven had in Nederland en dat de belangenafweging onvoldoende evenwichtig was gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het intrekkingsbesluit en stelde dat de staatssecretaris geen fair balance had getroffen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onvoldoende terughoudend was geweest en zelf een belangenafweging had gemaakt, waardoor het besluit van de staatssecretaris onterecht werd herroepen. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond en dat van de vreemdeling ongegrond.
De Afdeling bevestigde dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat er geen sprake was van een gezinsleven met de ex-echtgenote en meerderjarige kinderen, en dat de vreemdeling onvoldoende had aangetoond dat zijn banden met Nederland sterker waren dan gebruikelijk. De belangenafweging waarbij rekening werd gehouden met het langdurig verblijf, het sociaal netwerk, de banden met Turkije en het feit dat de vreemdeling een bijstandsuitkering ontving, was naar het oordeel van de Afdeling voldoende gemotiveerd.
De staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 2 september 2020.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning wordt gehandhaafd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.