ECLI:NL:RBDHA:2021:4634
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens bedreiging volksgezondheid tijdens corona-pandemie
Eiser, woonachtig in Marokko, diende op 11 februari 2020 een aanvraag in voor een visum voor kort verblijf in Nederland om vakantie te houden en familie te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag op 21 februari 2020 af wegens onvoldoende bewijs van het doel van het verblijf, onvoldoende middelen van bestaan en onvoldoende sterke binding met Marokko om tijdige terugkeer te garanderen.
Eiser maakte bezwaar tegen de afwijzing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard zonder hem te horen. In het bestreden besluit werd een nieuwe afwijzingsgrond toegevoegd: eiser werd beschouwd als een bedreiging voor de volksgezondheid vanwege de corona-pandemie en het inreisverbod voor burgers van buiten de Europese Unie.
De rechtbank oordeelt dat het hanteren van deze nieuwe afwijzingsgrond niet in strijd is met beginselen van behoorlijk bestuur en het recht op een eerlijk proces. De corona-pandemie kwalificeert als een epidemische ziekte en de minister heeft een ruime beoordelingsmarge om visumaanvragen te weigeren om de volksgezondheid te beschermen.
Eiser kon niet aantonen dat het inreisverbod niet op hem van toepassing was en het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de minister geen verplichting had om de beslissing uit te stellen. Het horen van eiser was niet noodzakelijk omdat het bezwaar niet tot een ander besluit had geleid.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De afwijzing is gebaseerd op de Visumcode en de corona-gerelateerde weigeringsgrond is een zelfstandige dwingende reden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege bedreiging van de volksgezondheid tijdens de corona-pandemie.