Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 april 2021 in de zaak tussen
[eiser], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
[eiser] Werkmaatschappij B.V. (Werkmaatschappij BV). Zij heeft voor het boekjaar 2013/2014 aangifte vennootschapsbelasting gedaan naar een belastbaar bedrag van € 17.347. Volgens deze aangifte is de rekening-courantschuld afgenomen met € 144.591; de rekening-courantschuld van eiser aan Holding BV bedroeg per 1 juni 2013 € 354.412 en per 1 juni 2014 € 209.821. De omzetbelastingschuld van Holding BV is afgenomen met € 136.990.
€ 136.990) aan dividendbelasting nageheven.
B NV aan eiser is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
B NV opgenomen. Holding BV en Werkmaatschappij BV hebben voor 2014 geen aangiften omzetbelasting ingediend.
1) Information about the citizenship and identity of the person concerned.
8 juni 2015 melding gemaakt van een wijziging van zijn woonadres. Vervolgens zijn de herinnering en aanmaning tot het doen van aangifte met dagtekening 6 oktober 2015 en
27 november 2015 naar het oude woonadres van eiser gestuurd. Aldus is mogelijk dat de herinnering en aanmaning tot het doen van aangifte eiser niet hebben bereikt. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat voor omkering en verzwaring van de bewijslast onder die omstandigheid geen aanleiding.
- documenten over de verhuizing van eiser en zijn gezin van de Verenigde Staten naar België in juli/augustus van 2014;
- een brief van een Amerikaanse verzekeringsmaatschappij over de schorsing van een autoverzekering in september 2014;
- e-mailcorrespondentie en een factuur van de school van een kind van eiser in de Verenigde Staten;
- een werkvisum met geldigheid van 5 juli 2012 tot en met 2 juli 2017.