ECLI:NL:RBDHA:2021:16950
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek wegens ontbreken medische noodsituatie op korte termijn
Eiser, een Pakistaanse asielzoeker, verzocht om uitstel van vertrek op grond van medische redenen. De Staatssecretaris wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelde dat geen medische noodsituatie op korte termijn te verwachten was.
Eiser voerde aan dat het BMA-advies onzorgvuldig was en dat zijn suïciderisico onvoldoende was meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig en inhoudelijk inzichtelijk was, mede omdat de brief van de huisarts met suïcidegedachten was betrokken in het advies. Het ontbreken van een hoorzitting werd gerechtvaardigd omdat eiser geen tegenbewijs had geleverd.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is omdat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde om het BMA-advies te weerleggen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.